Grand Design 2.0: van inventarisatie naar actietool

Samenwerken aan een gebiedsgerichte aanpak voor de realisatie van warmtenetten met de inzet van een dynamische datatool. Dat is waar Arie-Willem Bijl als regisseur van het Warmte Koude programma zich voor inzet. . 


‘Stap voor stap bouwen we deze informatietool op met informatie over mogelijke groeiscenario’s van warmtenetten’


Afgelopen jaar is met vele partners vanuit het Warmte Koude Programma intensief gewerkt aan het Grand Design 2.0. Hiermee hebben we een goede basis staan. We werken aan een gebiedsgerichte aanpak voor de realisatie van warmtenetten en verdere samenwerking tussen partijen binnen de MRA. We hebben meer inzicht gekregen in de kansen voor het ontwikkelen van warmtenetten, door:

  • het zoeken naar combinaties van vraag en aanbod  
  • het verder benutten van restwarmte 
  • de verdere zoektocht naar duurzame warmtebronnen
  • het toepassen van drie verschillende temperatuurregimes 


Het Grand Design 2.0 is zo een wenkend perspectief op lange termijn (2040) voor de ontwikkeling van warmtenetten. Op basis van 3 scenario’s ontstaat zicht op potentiële (duurzame)warmtebronnen en daarmee de kansen voor de ontwikkeling van warmtenetten.


Wat zijn ook alweer de inzichten van het GD 2.0?

    • Het aanbod van HT warmte neemt af, Midden Temperatuur (MT) warmte blijft redelijk constant en Lage Temperatuur (LT) warmte neemt toe. Twee grote onbekenden (geothermie en restwarmte datacenters) kunnen grote impact hebben op de vraag of er voldoende duurzame warmte in de regio beschikbaar is.
    • Warmtegebieden met omvang en de (uiteindelijk) vereiste temperatuurniveaus zijn toegevoegd.
    • Door combinatie van vraag en aanbod leidt dit tot robuuste gebieden waar partijen aan de slag kunnen zonder spijt te krijgen.
    • Ondertussen is het van belang dat partijen blijven werken aan helderheid over bronnen. Zowel bijvoorbeeld geothermie als het vergroenen van huidige bronnen.
    • Zware regionale infrastructuur is nodig bij extra aanbod van grootschalige duurzame warmtebronnen zoals ultra diepe geothermie en biomassa centrales.
    • Regionale infrastructuur, maar minder zware dan in GD 1.0, blijft nuttig voor de leveringszekerheid, het balanceren en bufferen van warmte.
    • Voor sommige gemeenten zijn er onvoldoende beschikbare warmtebronnen. Nieuwe warmtebronnen, zoals acquathermie moeten gevonden worden voor de implementatie van warmtenetten. Hierbij wordt ook de eventuele impact op de elektriciteitsinfrastructuur mee genomen


    Wat gaan we met het GD 2.0 doen?

    Het Grand Design 2.0 levert een sterke basis voor verdergaande samenwerking, maar is een momentopname van september 2018 en het is een statisch document. Deze waardevolle inventarisatie werken we nu uit verder naar een dynamische datatool die met regelmaat wordt geactualiseerd en waar betrokken partijen informatie uit kunnen ophalen en ook toevoegen. In aanvulling op de gebouwde omgeving zullen we bovendien de warmtevraag vanuit de industrie inzichtelijk maken. 

    Ook de voortgang van de projecten willen we inzichtelijk maken. Daarvoor zullen we het beheer en de actualisatie van de data goed moeten beleggen. We willen deze informatie z.s.m. beschikbaar stellen ten behoeve van de Regionale Energie Strategieën binnen de MRA.   

    We zitten nu in de ‘ontwikkelfase’. Het eerste concept bouwen we met een aantal partners zodat we in het voorjaar een goede dynamische storymap hebben op basis van de informatie van de 2.0 versie.   

    Voor het toevoegen van informatie gaan we aan aantal bijeenkomsten per jaar organiseren, zoals we dat ook bij de opbouw van dit Grand Design hebben gedaan. De eerste bijeenkomst willen we voor de zomer organiseren. 

    Stap voor stap bouwen we deze informatietool op met informatie over mogelijke groeiscenario’s van warmtenetten. Op weg naar een 2.1 versie rond de zomer waarin vooral de handelingsperspectieven voor de ontwikkeling van warmtenetten zichtbaar zijn en met inspiratie vanuit lopende projecten.